Afschaffing kortingsregeling fictieve opzegtermijn
U bevindt zich hier: home > actueel
mr. B. Cornelissen (Bernard) | 15 februari 2013
Afschaffing kortingsregeling fictieve opzegtermijn
Wanneer een werknemer na beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst aanspraak wil maken op een WW-uitkering zal het UWV de fictieve opzegtermijn in acht nemen. Pas na afloop van deze opzegtermijn zal het UWV een WW-uitkering verstrekken. Voorheen mocht bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst via een procedure bij het UWV of de kantonrechter, één maand van deze fictieve opzegtermijn worden afgetrokken. Per 1 januari 2013 is echter de Wet Vereenvoudiging regelingen UWV in werking getreden. Ingevolge deze wet komt de kortingsmaand bij een ontbinding door de kantonrechter te vervallen. De WW-uitkering gaat derhalve na ontbinding een maand later in dan voorheen.
De wijzigingen
In het voormalig artikel 16 lid 3 WW was een kortingsregeling voor het berekenen van de fictieve opzegtermijn opgenomen. De fictieve opzegtermijn is de “wachttijd” die het UWV hanteert bij het bepalen van de ingangsdatum van de te ontvangen WW-uitkering. In geval van opzegging van het dienstverband middels een verkregen ontslagvergunning of een ontbinding van de arbeidsovereenkomst gold op grond van dit artikel dat op de fictieve opzegtermijn één maand in mindering mocht worden gebracht (indien de werknemer althans een beëindigingsvergoeding ontvangt). Deze aftrek van één kalendermaand gold echter niet bij een beëindiging van een arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden (door het sluiten van een beëindigingsovereenkomst / vaststellingsovereenkomst). Door de korting van één maand kon de arbeidsovereenkomst één maand eerder worden beëindigd en kreeg de werknemer aansluitend een WW-uitkering (indien de werknemer ook aan alle voorwaarden voldoet, die de WW daaraan stelt). Artikel 16 lid 3 WW is per 1 januari 2013 vervallen: de kortingsregel bij een pro forma ontbindingsprocedure of een ontslagvergunningsprocedure via het UWV WERKbedrijf geldt dus per die datum niet meer. Dat betekent dat de einddatum van de arbeidsovereenkomst ook niet meer met één maand kan worden vervroegd. Het doel van het laten vervallen van artikel 16 lid 3 WW is om het aantal pro forma ontbindingsprocedures sterk terug te dringen vanuit oogpunt van bezuinigingen. Het recht op WW-uitkering gaat door het vervallen van de kortingsregel één maand later in. Dit, in combinatie met het feit dat veel mensen vanuit de WW weer gaan werken voordat de uitkeringsduur volledig is verstreken, leidt tot een besparing op uitkeringslasten en uitvoeringskosten.
Resterende voordelen pro forma ontbindingsprocedure
De procedure van de pro forma ontbinding zal door de wetswijziging naar verwachting niet volledig verdwijnen. Er kunnen nog andere redenen zijn om een pro forma ontbindingsprocedure te voeren. Bijvoorbeeld, voor de werkgever het belang van het beperken van de mogelijkheid van het beroep van de werknemer op bijvoorbeeld een wilsgebrek. Ook voor de werknemer kan het voeren van een pro forma ontbindingsprocedure een voordeel hebben. De werknemer beschikt dan immers over een executoriale titel voor de betaling van de ontbindingsvergoeding. De pro forma ontbindingsprocedure kan dus nog steeds worden gevoerd; alleen de maand korting geldt dan niet meer.
mr. B. Cornelissen (bernard)
arbeidsrecht | ondernemingsrecht | overeenkomstenrecht
Na een aantal jaren bij een grote rechtsbijstandverzekeraar te hebben gewerkt, is Bernard in 1998 overgestapt naar de advocatuur. Hij heeft zich gespecialiseerd in het arbeidsrecht in al haar facetten en heeft de postdoctorale Grotius Opleiding Arbeidsrecht cum laude afgerond.
CONTACTGEGEVENS
Ariëns Advocaten Amersfoort
E info@ariensadvocaten.nl
T (033) 463 77 27
F (033) 461 51 40
Adres
Stadsring 75
3811 HN Amersfoort
Meer over advocaten
Meer artikelen
Non-conformiteit bij koop en verkoop van een woning
mr. E.R. Jonker (Erwin) | 17 oktober 2022 NON-CONFORMITEIT BIJ KOOP EN VERKOOP VAN EEN WONING Een half jaar...