Een werknemer wordt na een lang dienstverband op staande voet ontslagen omdat hij beledigende WhatsApp-berichten heeft verstuurd in een WhatsApp-groep met collega's. Volgens de werknemer is dit ontslag niet terecht. De kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant is het met hem eens.

Een werknemer werkt al meer dan 28 jaar voor een verhuurbedrijf voor groot materieel. Hij is de 60 al gepasseerd. Op een dag vertelt de directeur-eigenaar dat hij het bedrijf wil verkopen, maar dat dit geen consequenties zal hebben voor de werknemers. Toch moet de directeur een tijd later aan de werknemers vertellen dat de bedrijfsactiviteiten zullen worden gestaakt en er daarna geen werk meer voor hen is.

WhatsApp-berichten

De werknemer is boos. In een WhatsApp-groep met de directeur en vier andere personeelsleden stuurt hij beledigende berichten aan de directeur. Zo noemt hij de directeur een ‘klootzak’ en ‘lul’ en appt hij dat het de directeur ‘geen reet interesseert’. Naar aanleiding van deze berichten wordt de werknemer op staande voet ontslagen.

Ongepast

Volgens de kantonrechter waren de uitlatingen van de werknemer in een groepsapp van het personeel volstrekt ongepast. Dat de werknemer die avond emotioneel was en had gedronken omdat hij zijn baan zou gaan verliezen, is hiervoor geen excuus. De werknemer wist al een tijdje dat het bedrijf niet zou worden voortgezet in de vorm die hij kende. Daarnaast had hij volgens de kantonrechter zijn emoties beter niet kunnen ventileren via WhatsApp met ook nog een slok op.

Dringende reden

Desondanks vindt de kantonrechter het ontslag op staande voet te zwaar. Voor dat oordeel speelt mee dat de werknemer al meer dan 28 jaren in dienst was bij de werkgever en dat hij nooit eerder betrokken was bij een incident met een formele waarschuwing. Dat de werkgever de werknemer wel eens eerder vroeg om te stoppen met het sturen van emotionele WhatsApp-berichten is hier minder relevant, omdat het destijds niet ging om beledigende appjes. Tot slot vindt de kantonrechter van belang dat het dienstverband van de werknemer sowieso zou eindigen. Een ontslag op staande voet zou er voor de werknemer toe leiden dat hij onmiddellijk zijn inkomen verliest en geen recht meer heeft op een werkloosheidsuitkering. Ook om die reden vindt de kantonrechter een ontslag op staande voet te zwaar.

Berusting

De werknemer heeft tijdens de zitting laten weten dat hij berust in het gegeven ontslag, waardoor de arbeidsovereenkomst toch is geëindigd. De werkgever moet de werknemer wel een vergoeding betalen omdat de arbeidsovereenkomst tegen de regels is opgezegd. Ook krijgt de werknemer een transitievergoeding.

ECLI:NL:RBZWB:2024:3623

Bron:Rechtbank Zeeland-West-Brabant | jurisprudentie | ECLI:NL:RBZWB:2024:3623 | 29-05-2024