Bestuurder van ‘in zwaar weer verkerende’ onderneming niet zomaar aansprakelijk bij faillissement
Als een onderneming failliet gaat, kijkt de curator vaak kritisch naar het handelen van de bestuurder. Heeft de bestuurder te lang gewacht? Had hij of zij eerder moeten stoppen? Zijn schuldeisers benadeeld? In sommige gevallen kan een bestuurder persoonlijk aansprakelijk worden gehouden voor het tekort in het faillissement. Maar deze uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:NL:GHARL:2026:1786 ) laat zien dat die lat hoog ligt.
De zaak ging over een B.V. die een indoor kinderspeelparadijs met horeca exploiteerde. De onderneming had al langere tijd financiële problemen. Er was een groot negatief eigen vermogen, een oplopende huurschuld en dalende omzet. De curator vond dat de bestuurder de onderneming te lang had voortgezet en eerder faillissement had moeten aanvragen. De rechtbank gaf de curator gelijk en veroordeelde de bestuurder tot betaling van een voorschot van € 850.000. Het gerechtshof dacht daar anders over. De bestuurder had namelijk niet stilgezeten. Zij had eigen geld in de onderneming gestoken, het pand verbouwd, geprobeerd het concept te verbeteren, overleg gevoerd met de verhuurder en onderhandeld over verkoop van de onderneming. Rond kerst 2019 leek de verbouwing zelfs tot een forse omzetstijging te leiden. Daarna kwam Covid-19, waardoor de onderneming alsnog hard werd geraakt. Volgens het hof is het enkele feit dat een onderneming verlies draait niet genoeg om een bestuurder persoonlijk aansprakelijk te houden. Een bestuurder heeft ruimte om te proberen het tij te keren. Achteraf kan makkelijk worden gezegd dat eerder gestopt had moeten worden, maar juridisch is dat onvoldoende. Voor bestuurdersaansprakelijkheid moet de curator concreet aantonen dat geen redelijk denkend bestuurder zo zou hebben gehandeld én dat dit handelen een belangrijke oorzaak van het faillissement was. Dat lukte hier niet.
Wat betekent dit voor bestuurders?
Een bestuurder van een onderneming in zwaar weer hoeft niet direct de handdoek in de ring te gooien. Er mag worden geprobeerd om de onderneming te redden, bijvoorbeeld door te reorganiseren, te investeren, schuldeisersafspraken te maken of verkoopmogelijkheden te onderzoeken. Wel is het belangrijk om beslissingen goed vast te leggen. Waarom ging u door? Welke maatregelen zijn genomen? Welke verwachtingen waren er? Welke schuldeisers zijn geïnformeerd? Welke alternatieven zijn onderzocht?
Wat betekent dit voor curatoren en schuldeisers?
Niet iedere mislukte reddingspoging is onbehoorlijk bestuur. Deze uitspraak is gunstig voor bestuurders die proberen een onderneming in zwaar weer te redden. Het hof benadrukt dat een bestuurder ondernemersruimte heeft. Achteraf kan makkelijk worden gezegd dat eerder gestopt had moeten worden, maar dat is juridisch niet genoeg. Voor persoonlijke aansprakelijkheid moet de curator concreet aantonen dat:
- sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur;
- geen redelijk denkend bestuurder zo zou hebben gehandeld;
- het verweten handelen plaatsvond binnen de drie jaar vóór faillissement;
- dit handelen een belangrijke oorzaak van het faillissement was;
- en de verwijten voldoende concreet en met bewijs zijn onderbouwd.
De uitspraak laat ook zien dat investeren, herstructureren, onderhandelen met schuldeisers en proberen te verkopen juist argumenten kunnen zijn tégen bestuurdersaansprakelijkheid. Dat geldt zeker als de maatregelen op dat moment een reële kans van slagen leken te hebben. Kort gezegd: ondernemen brengt risico’s mee. Dat een reddingspoging mislukt, maakt een bestuurder nog niet persoonlijk aansprakelijk.
Gijs van Poppel
advocaat
Voor vragen: +31 6 55 88 46 75