Oneerlijke bedingen in de praktijk: een recente schoolzaak uitgelegd
Oneerlijke bedingen in contracten komen vaker voor dan veel consumenten beseffen. Vooral bij overeenkomsten waarin algemene voorwaarden centraal staan, kan het voorkomen dat bepalingen het evenwicht tussen partijen verstoren. De wet beschermt consumenten tegen zulke constructies, en een recente uitspraak van de Rechtbank Midden‑Nederland (ECLI:NL:RBMNE:2026:419) laat goed zien hoe die bescherming werkt.
In deze zaak had een particuliere school met ouders een overeenkomst gesloten voor onderwijs en verblijf van hun zoon. Toen de leerling halverwege het schooljaar stopte, ontstond een conflict over de betaling van het resterende lesgeld. De ouders hadden al een deel betaald maar weigerden de rest. De school wees op een bepaling in de overeenkomst waarin stond dat ouders bij tussentijdse opzegging altijd het volledige lesgeld voor het hele schooljaar verschuldigd zijn.
De rechtbank stelde vast dat het artikel moest worden beschouwd als een algemene voorwaarde. De school kon namelijk niet aantonen dat er daadwerkelijk was onderhandeld over de inhoud en het artikel was duidelijk bedoeld voor herhaald gebruik in andere overeenkomsten. Daarmee viel de bepaling binnen het wettelijke toetsingskader voor oneerlijke bedingen. De rechter onderzocht vervolgens of het artikel redelijk was en kwam tot de conclusie dat het ouders in feite elke mogelijkheid tot tussentijdse opzegging ontnam. Dat is in strijd met het dwingendrechtelijke consumentenrecht.
De rechtbank vernietigde daarom het beding. Het gevolg hiervan was dat de school geen aanspraak meer kon maken op het resterende lesgeld. Ook een beroep op een andere wettelijke bepaling, die normaal gesproken een redelijke vergoeding mogelijk maakt bij voortijdige beëindiging, werd afgewezen. Volgens vaste Europese rechtspraak mag een professionele partij die een oneerlijk beding gebruikt niet alsnog via een andere juridische route een vergelijkbaar voordeel behalen. De rechter wees daardoor de gehele vordering af. De school moest de proceskosten van de ouders betalen.
Deze uitspraak laat zien dat consumenten niet machteloos staan tegenover onredelijke contractsbepalingen. Een handtekening onder algemene voorwaarden betekent niet dat een ongerechtvaardigd zware verplichting ook juridisch houdbaar is. De rechter bewaakt het evenwicht in contractuele relaties en grijpt in wanneer professionele partijen dat evenwicht aantasten. Dat maakt deze zaak niet alleen relevant voor ouders in het onderwijs, maar voor iedereen die te maken krijgt met algemene voorwaarden waarin de belangen van de consument onvoldoende zijn gewaarborgd.
Voor meer informatie over oneerlijke bedingen kunt u contact opnemen met Erwin Jonker via erwinjonker@ariensadvocaten.nl of via 033-463 7727