Schenken gratis drank geen reden voor ontslag op staande voet
mr. B. Cornelissen (Bernard) | 18 mei 2018
Schenken gratis drank geen reden voor ontslag op staande voet
Het gratis schenken van twee drankjes door een Van der Valk medewerker op een besloten borrel is volgens de kantonrechter in Alkmaar geen reden voor ontslag op staande voet.
De feiten
De betreffende medewerker was sinds 1 september 2017 als medewerker bediening in dienst bij het Van der Valk Hotel in Hoorn. De voor bepaalde tijd overeengekomen arbeidsovereenkomst van werknemer is op 30 april 2018 van rechtswege geëindigd. Bij zijn indiensttreding heeft werknemer een huishoudelijk reglement ontvangen, waarin onder meer staat opgenomen dat het zonder toestemming gratis weggeven van consumpties aan gasten is verboden en tot ontslag op staande voet kan leiden. Ook staat in het reglement opgenomen dat diefstal – waaronder wordt verstaan: het zonder toestemming meenemen van goederen uit het hotel – een reden is voor ontslag op staande voet.
Op 6 januari 2018 heeft op de eerste verdieping van Van der Valk een besloten feest plaatsgevonden. Dit feest had een zogeheten “open bar’, wat inhoudt dat voor een vast bedrag per gast dranken worden geschonken. Op diezelfde dag heeft werknemer tijdens het feest op de tweede verdieping van het hotel – zonder daarvoor toestemming te hebben gekregen – aan gasten buitenlands gedestilleerde drank geschonken. Tijdens een gesprek met de directie van Van der Valk heeft werknemer aangegeven dat hij in de veronderstelling verkeerde dat ook buitenland gedestilleerde drank onder het arrangement van het feest viel. Op 8 januari 2018 is werknemer wegens het plegen van diefstal op staande voet ontslagen. Werknemer is van mening dat het ontslag op staande voet onterecht is gegeven en vraagt vernietiging van de opzegging.
Oordeel kantonrechter Alkmaar
Naar het oordeel van de kantonrechter zijn de door Van der Valk aangevoerde feiten en omstandigheden onvoldoende om de gedraging van werknemer als een dringende reden voor ontslag op staande voet aan te merken. Daartoe wordt overwogen dat (1) werknemer twee drankjes heeft geschonken aan gasten van een besloten feest met een open bar, (2) dat een van de gasten een collega was van werknemer en (3) dat ook het feest zelf door diezelfde collega was georganiseerd. Verder is van belang dat werknemer steeds naar behoren heeft gefunctioneerd en niet eerder een waarschuwing voor een vergelijkbaar incident heeft gekregen. Voorts overweegt de kantonrechter dat Van der Valk de gedraging van werknemer ten onrechte als diefstal heeft gekwalificeerd. Zowel in juridische zin als in het gewone spraakgebruik en volgens het huishoudelijk reglement is geen sprake van diefstal, nu niet is gebleken dat werknemer zelf goederen heeft “meegenomen” of zichzelf op enigerlei wijze heeft willen bevoordelen. Hoewel het gratis weggeven van consumpties volgens het reglement eveneens zou kunnen leiden tot een ontslag op staande voet, is de kantonrechter van oordeel dat Van der Valk in het onderhavige geval had kunnen en moeten volstaan met een minder ingrijpende maatregel, zoals een officiële waarschuwing, een boete en/of inhouding op het salaris van werknemer. De op 8 januari 2018 gedane opzegging wordt vernietigd.
De kantonrechter beperkt de loonaanspraak van de werknemer tot drie maanden (met een beroep op artikel 7:680a BW) omdat hij kort na het ontslag ander werk heeft gevonden tegen een gelijk salaris. Ook hoeft Van der Valk de werknemer geen aanzegvergoeding te betalen. De aanzegverplichting dient er volgens de kantonrechter toe zeker te stellen dat werknemer tijdig op de hoogte is van de bedoelingen van zijn werkgever ten aanzien van het al dan niet voortzetten van de arbeidsrelatie, zodat geen misverstand kan ontstaan en de werknemer tijdig op zoek kan gaan naar een andere baan. In het onderhavige geval was het voor werknemer echter al op 8 januari 2018 duidelijk dat Van der Valk de arbeidsrelatie niet wilde voortzetten. Hij is toen immers op staande voet ontslagen. Werknemer heeft ook daarnaar gehandeld door op zoek te gaan naar een andere baan, die hij op 5 maart 2018 heeft gevonden.
Link naar de uitspraak: Rb. Noord-Holland 8 mei 2018, ECLI_NL_RBNHO_2018-3884|
Noot: naar mijn mening komt Van der Valk hier nog relatief goed weg. Dat het ontslag op staande voet geen stand zou houden, was min of meer wel te verwachten. Eén van de twee gasten op de besloten borrel aan wie een gratis drankje (Amaretto) was verstrekt was nota bene de collega van werknemer die tevens de borrel organiseerde. Er was naar mijn mening voor de kantonrechter dan ook weinig reden de loonaanspraak tot het in artikel 7:680a genoemde minimum van drie maanden loon te matigen. Ook vind ik het persoonlijk nogal ver gaan in dit geval het beroep van werknemer op de wettelijke vergoeding wegens schending van de aanzegverplichting (artikel 7:668 lid 3 BW) naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar te achten.
mr. B. Cornelissen (bernard)
arbeidsrecht | ondernemingsrecht | overeenkomstenrecht
Na een aantal jaren bij een grote rechtsbijstandverzekeraar te hebben gewerkt, is Bernard in 1998 overgestapt naar de advocatuur. Hij heeft zich gespecialiseerd in het arbeidsrecht in al haar facetten en heeft de postdoctorale Grotius Opleiding Arbeidsrecht cum laude afgerond.
CONTACTGEGEVENS
Ariëns Advocaten Amersfoort
E info@ariensadvocaten.nl
T (033) 463 77 27
F (033) 461 51 40
Adres
Stadsring 75
3811 HN Amersfoort
Meer over advocaten
Meer artikelenBeker koffie in gezicht collega gooien is geen reden voor ontslag op staande voet
Volgens de kantonrechter te Haarlem rechtvaardigt het gooien van een beker warme koffie in het gezicht van een collega geen ontslag op...