Een bindend adviseur moet de koopprijs van een supermarkt vaststellen. Het adviestraject duurt erg lang en de adviseur laat – anders dan afgesproken – na een transactiedatum vast te stellen. Voor een schadevergoeding voor de franchisenemer van deze winkel ziet de rechtbank Amsterdam echter geen reden.

Een franchisenemer van een supermarktketen wil haar supermarkt verkopen. Volgens de franchiseovereenkomst is ze verplicht de winkel eerst aan de keten aan te bieden. De franchisenemer en supermarktketen worden het niet eens over de verkoopprijs. Ze schakelen daarom een onafhankelijk adviseur in die een bindend advies over de koopsom moet uitbrengen.

Overeenkomst van opdracht

In een overeenkomst van opdracht wordt afgesproken dat de koopsom tussen € 1,5 en € 2,5 miljoen moet zijn. Ook spreken partijen af dat de adviseur een beoogde transactiedatum bepaalt en dat hij binnen 10 weken een conceptrapport uitbrengt. Uiteindelijk neemt de supermarktketen de supermarkt anderhalf jaar later over voor € 1,5 miljoen.

Schade

Bij de rechtbank claimt de franchisenemer de door haar geleden schade. Ze vindt om verschillende redenen dat de adviseur zijn werk niet goed heeft gedaan. De schade bestaat, zo stelt zij, uit de totale kosten voor zijn diensten en het verschil tussen het daadwerkelijk ontvangen bedrag en de koopprijs die zou zijn vastgesteld als de adviseur de opdracht wél goed had uitgevoerd.

Zorgplicht

De franchisenemer vindt dat de adviseur zijn zorgplicht als opdrachtnemer heeft geschonden door onvoldoende regie te houden en het proces te lang te laten duren. Ook zou hij te weinig inzage hebben gegeven in zijn kosten. De rechtbank gaat voorbij aan de vraag of sprake is van schending van de zorgplicht, omdat de franchisenemer onvoldoende heeft onderbouwd schade te hebben geleden door het niet voldoen aan de zorgplicht. Ook als de adviseur alles goed zou hebben gedaan, had hij betaald moeten worden, benadrukt de rechtbank. Bovendien is niet gebleken dat er door de gestelde tekortkomingen meer uren zijn gemaakt. Verder blijkt nergens uit dat bij een betere regie of snellere doorlooptijd van het proces een hoger verkoopbedrag zou zijn bereikt.

Transactiedatum

De bindend adviseur heeft in strijd met de overeenkomst van opdracht geen beoogde transactiedatum vastgesteld. Daarmee is sprake van een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst. De franchisenemer stelt dat als de transactiedatum wél zou zijn vastgesteld, de supermarktketen verplicht zou zijn geweest de supermarkt op die datum af te nemen. De koopprijs zou dan hoger zijn geweest, aldus de ondernemer. De rechtbank gaat hier niet in mee, nu onvoldoende duidelijk is geworden dat de franchisenemer door deze tekortkoming schade heeft geleden. De supermarktketen zou namelijk niet verplicht zijn geweest tot afname als de beoogde transactiedatum wel zou zijn vastgesteld. De keten had immers een bedenktermijn en er was sprake van een 'beoogde' transactiedatum. Met andere woorden: de onzekerheid die ertoe heeft geleid dat de franchisenemer de supermarkt voor het bodembedrag heeft verkocht, was er ook geweest als er wél een beoogde transactiedatum was bepaald. Daarom is er volgens de rechtbank ook wat dit punt betreft geen reden voor een schadevergoeding. 

ECLI:NL:RBAMS:2024:1221

Bron:Rechtbank Amsterdam | jurisprudentie | ECLI:NL:RBAMS:2024:1221 7333342 / HA ZA 23-348 | 05-03-2024