Een werknemer schakelt het bedrijf van zijn vriendin in voor diensten, maar meldt zijn baas niet dat het om het bedrijf van zijn partner gaat. Hij wordt op staande voet ontslagen. Dat ontslag is terecht, oordeelt de kantonrechter, en naar ontslagvergoedingen kan de man fluiten. Hij moet zelfs de daadwerkelijke proceskosten van de werkgever betalen, nu hij tijdens de procedure strafbaar heeft gehandeld. 

De man werkt sinds 2018 bij een onderneming die in opdracht van andere bedrijven containers naar het buitenland vervoert. Hij houdt zich onder meer bezig met het regelen van waivers, belangrijke documenten met informatie over lading, afzender en geadresseerde. Deze documenten maakt de onderneming niet zelf, het besteedt dit werk uit aan andere bedrijven.

Ontslag op staande voet

Een paar jaar na zijn indiensttreding krijgt de werknemer groen licht om hiervoor een ander bedrijf te vinden, volgens hem mede omdat er onvrede was over de huidige samenwerkingspartner. De man draagt het bedrijf van zijn vriendin, met wie hij samenwoont, aan en geeft dat ook opdrachten (niet alle), maar vertelt daarbij niet dat het om de firma van zijn vriendin gaat. Als zijn werkgever dat ontdekt, wordt hij op staande voet ontslagen. De man stapt naar de kantonrechter (rechtbank Rotterdam) om de opzegging te vernietigen, en anders wil hij ontslagvergoedingen. Ook vraagt hij de rechter een streep te zetten door de non-concurrentiebedingen waaraan hij is gebonden.

Belangenverstrengeling

De kantonrechter oordeelt echter dat het bedrijf de man op staande voet mocht ontslaan. Volgens de wet mag een werkgever dat doen als daar een dringende reden voor is. Dat is hier het geval. Dat hij het bedrijf van zijn vriendin heeft ingeschakeld zonder dat aan zijn werkgever te vertellen (wat de man niet ontkent), hoeft de werkgever niet te pikken. Het is gerechtvaardigd dat zij hierdoor het vertrouwen in de man is verloren, aldus de kantonrechter. De man moest begrijpen dat zijn baas dit had willen weten. Nu hij verantwoordelijk was voor het geven van de opdrachten ontstond hierdoor immers belangenverstrengeling. Het was aan de werkgever om te beoordelen of zij daarin een probleem zag en of zij de opdrachten daarom aan een ander had willen geven. Dat de werkgever marktconforme prijzen voor de diensten van de onderneming van de vriendin heeft betaald, maakt dit niet anders. De man heeft bovendien niet betwist dat het bedrijf van zijn partner de waivers niet zelf opstelde, maar het werk ook weer uitbesteedde. Dit is des te meer verwijtbaar, omdat hij er belang bij had het bedrijf van zijn vriendin – en daarmee hun gezamenlijk inkomen – te helpen. Het handelen (of nalaten) van de werknemer levert dan ook voldoende grond op voor ontslag op staande voet.

Onverwijld

Het ontslag is verder ‘onverwijld’ gegeven – een andere eis voor een geldig ontslag op staande voet. Het duurde zes dagen voordat de werkgever de man op staande voet ontsloeg vanaf het moment dat zij wist dat het ging om het bedrijf van de vriendin. Drie dagen vielen in een Pinksterweekend en waren dus vrije dagen. In de drie werkdagen is onderzoek gedaan en met de werknemer gesproken. Een werkgever moet één of twee werkdagen de tijd kunnen nemen om alles zorgvuldig te overdenken en af te wegen, aldus de kantonrechter. Het ontslag is daarom onverwijld gegeven zoals bedoeld in de wet.

Ernstig verwijtbaar

Het verzoek tot vernietiging van het ontslag wordt daarom afgewezen en de man heeft geen recht op een schadevergoeding of een billijke vergoeding. Recht op een transitievergoeding heeft hij ook niet, omdat zijn handelwijze ernstig verwijtbaar is. Hij heeft bewust en uit eigen belang informatie voor zijn baas achtergehouden. Bovendien heeft hij geprobeerd de waarheid te verhullen.

Non-concurrentiebeding gehandhaafd

Ook de non-concurrentiebedingen blijven in stand. Dat er veel concurrentie is binnen de markt waarin de werkgever opereert heeft de man niet betwist. En ook niet dat hij kennis heeft genomen van bedrijfsgevoelige informatie. Daar komt bij dat hij heeft laten zien dat hij niet te vertrouwen is. Het bedrijf heeft daarom belang bij handhaving van de concurrentiebedingen. Het belang van de man bij schrapping van de bedingen weegt minder zwaar dan dat van de werkgever bij handhaving. De werknemer heeft snel een nieuwe baan gevonden waarin hij weliswaar iets minder verdient, maar het verschil (€ 400 per maand) is niet fors. De bedingen zijn bovendien in tijd en afstand beperkt.

Strafbare feiten

De kantonrechter oordeelt tot slot dat de werknemer de daadwerkelijk door de werkgever gemaakte proceskosten moet betalen, nu de manier waarop hij heeft geprocedeerd onrechtmatig is. Er is namelijk vast komen te staan dat hij heeft gelogen en zelfs strafbare feiten heeft gepleegd om die leugen te proberen te verdoezelen. In een WhatsAppbericht erkent hij te hebben gedaan alsof hij iemand anders is en daarbij de naam van die ander te hebben gebruikt. Ook is gebleken dat hij diegene met geld probeerde over te halen een valse verklaring te tekenen, zodat die als bewijs kon worden gebruikt. Dit is een poging tot uitlokking van valsheid in geschift, en dat is strafbaar. De kantonrechter schat het totaalbedrag van de proceskosten op € 15.000.

ECLI:NL:RBROT:2023:9539

Bron:Rechtbank Rotterdam | jurisprudentie | ECLI:NL:RBROT:2023:9539 | 10-11-2023