De jongerenvereniging van de Partij voor de Dieren wil haar statuten op meerdere punten wijzigen. Maar volgens die statuten kan de algemene vergadering dit alleen doen als dit met algemene stemmen wordt aangenomen in een vergadering waarin tenminste 50% van alle stemgerechtigde leden aanwezig is, en dat haalt de jongerenvereniging in de praktijk steeds niet. Zij vraagt de rechtbank de statuten te wijzigen, maar dat kan volgens de wet niet. De rechtbank komt niettemin met een pragmatische oplossing.

De politieke jongerenorganisatie is in 2006 bij akte opgericht. De laatste statutenwijziging dateert van december 2016. De jongerenvereniging had in het verleden vooral als doel op te komen voor de belangen van dieren. Nu richt zij zich net als de Partij voor de Dieren ook op duurzame ontwikkeling voor mens en dier en de persoonlijke verantwoordelijkheid van de mens. Nu de huidige doelstellingen – ook de belangen van natuur en milieu – niet meer overeenkomen met het statutaire doel – alleen belangen van dieren – wil de jongerenvereniging haar statuten wijzigen. 

Minstens helft van de leden

In de statuten staat echter dat de algemene vergadering alleen tot wijziging van de artikelen over het doel kan besluiten als dit met algemene stemmen wordt genomen in een vergadering waarin ten minste 50% van alle stemgerechtigde leden aanwezig is (artikel 12 lid 4). En dat blijkt in de praktijk steeds niet te worden gehaald. Volgens de statuten moeten er op een ledenvergadering 873 leden aanwezig of vertegenwoordigd zijn om een rechtsgeldig besluit te kunnen nemen over een wijziging. Het besluit moet daarna unaniem worden genomen. Naar de laatste voorjaars- en najaarscongressen kwamen maar maximaal 102 leden. Het is dus niet gelukt het vereiste aantal bij elkaar te krijgen. De overgrote meerderheid (94,7%) van de aanwezigen heeft toen wel vóór wijziging gestemd.

Bepaling toevoegen

De jongerenvereniging vraagt de rechtbank Amsterdam om meerdere artikelen van de statuten te wijzigen dan wel aan te vullen. Als de statuten niet worden aangepast, kan de gewenste statutenwijziging niet plaatsvinden. Daarom vraagt de jongerenvereniging de rechtbank een bepaling aan artikel 12 lid 4 toe te voegen, waarin de mogelijkheid wordt geboden een tweede vergadering te houden waar ongeacht het aantal aanwezige leden met een twee derde meerderheid alsnog een rechtsgeldig besluit kan worden genomen over de voorgestelde statutenwijziging.

Geen mogelijkheid

Anders dan bij stichtingen biedt de wet bij verenigingen echter geen mogelijkheid om de rechtbank te vragen de statuten te wijzigen als ongewijzigde handhaving zou leiden tot gevolgen die bij oprichting redelijkerwijs niet kunnen zijn gewild en de statuten niet in de mogelijkheid tot wijziging voorzien. Bij een vereniging bepaalt het Burgerlijk Wetboek dat, tenzij de statuten anders bepalen, een besluit tot statutenwijziging ten minste twee derde van de uitgebrachte stemmen nodig heeft. Een bepaling in de statuten die de bevoegdheid tot wijzigen beperkt, kan alleen worden gewijzigd met inachtneming van diezelfde beperking – zo volgt uit de wet. Dit betekent dat lid 4 van artikel 12 van de statuten en de daarin genoemde artikelen alleen kunnen worden gewijzigd door een unaniem besluit op een ledenvergadering waar tenminste 50% van de leden vertegenwoordigd is.

Alternatieven

Door de lage opkomst bij de ledenvergaderingen in de afgelopen drie jaar is het daarmee voor deze jongerenvereniging onmogelijk de in artikel 12 lid 4 genoemde artikelen te wijzigen. De vereniging heeft nog gekeken naar alternatieven, zoals het opzeggen van het lidmaatschap van alle leden of het oprichten van een nieuwe vereniging, maar dit bleek niet mogelijk of oneigenlijk, zo licht zij in haar verzoekschrift aan de rechtbank toe.

Onaanvaardbaar

Volgens de wet, zo stelt de rechtbank, is een tussen een rechtspersoon en degenen die krachtens wet of statuten bij de organisatie betrokken zijn krachtens wet, gewoonte, statuten, reglementen of besluit geldende regel niet van toepassing als dit in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Volgens de rechtbank is ongewijzigde handhaving van de statuten in dit geval naar de maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.

Te grote inbreuk

Dit betekent echter niet dat de rechtbank de statuten zal wijzigen. Daarvoor bestaat namelijk geen wettelijke grondslag, en dit is een te grote inbreuk op de autonomie van de leden van de vereniging. De rechtbank volstaat daarom met het geven van een ontheffing van het in de statuten vereiste aantal voor de volgende ledenvergadering waar wijziging van artikel 12 lid 4 een agendapunt zal zijn. Zo kan dan ongeacht het aantal aanwezige leden rechtsgeldig over het wijzigingsvoorstel worden beslist met een meerderheid van tenminste twee derde van het aantal geldig uitgebrachte stemmen. Het is dan aan de jongerenverenging om een wijziging van haar doel aan de ledenvergadering voor te leggen.

ECLI:NL:RBAMS:2023:6597

Bron:Rechtbank Amsterdam | jurisprudentie | ECLI:NL:RBAMS:2023:6597 | 18-10-2023